Stamreeks

van

Hendrikus Wilhelmus van Soest

(1883-1948)

1e generatie.

            Jan van Soest, geb.ca. 1600, tr. met N,N,

            Uit dit huwelijk:

  1.  Cornelis Jansz van Soest, geb. ca. 1630, volgt 2e generatie
  2. Tonis Jansz van Soest, geb. ca. 1600, overleden

2e generatie.

Cornelis Jansz van Soest, geb. ca. 1630, overl. ca. 1670, tr. (1) met Marichgen Jans, geb. ca. 1635, overleden voor 06-01-1664, tr. (2) 06-01-1664 (bij huwelijkse voorwaarden), met Fijchgen Antonis, dr. van Antonius Willemsz (van Dijk) Fijchgen, hertr ca. 1670 met Gijsbert Willemsz van Oostveen met wie ze te Cattenbroek onder Zeist woonde en die tenminste op 1 november 1679 in leven was (U097a001/akte 159)

Uit 1e huwelijk:

  1. Jan Cornelisz van Soest den Ouden, geb. ca. 1660, volgt 3e generatie
  2. Jan Cornelisz van Soest den Jongen, geb. ca. 1660, overleden

Uit 2e huwelijk:

  • Dirk Cornelisz van Soest, geb. ca. 1665, overleden
  • Merrichgen Maria Cornelissen van Soest, geb. ca. 1670, overl. na 16-06-1726, tr. (1) Jan Hendrikse (van Soest), tr. (2) in 1696 met Jan Evertsz van Zeijst, in 1696 wonende te Huis ter Heide, zoon van Evert Janz

3e generatie.

Jan Cornelisz van Soest den Ouden, geb. ca. 1660, overl. na 16-06-1726, tr met Annigje Claessen van Vulpen, geb. ca. 1665, begr. Doorn10-08-1710.

               Huurde 25 januari 1690 van Frederik Borre van Amerongen een bouwhuis en schaaphok van de ridderhofstede Kersbergen, benevens bouw-, weide- en hooiland, huurde samen met zijn broer Jan Cornelisz van Soest den Jongen op 16 mei 1691 van Frederik Borre van Amerongen 5½ morgen weiland.

               Op 1 april 1717 benoemd tot voogd over het ongeboren kind van zijn broer Jan Cornelisz van Soest den Jongen en op 25 augustus 1720 te Utrecht borg voor de uitkoop van het onmondige kind van zijn aanstaande schoondochter Maria Gijsbertsen de Rooij.

Uit dit huwelijk:

  1. Cornelis Jansz van Soest, geb. Zeist circa 1695, overleden
  2. Hendrik Jansz van Soest, geb. ca.1695, volgt 4e generatie
  3.  Maria Jansen van Soest, op 5 oktober 1730 getuige bij de doop van haar neef Johannes Hendriksz van Soest
  4. Geertruij/Gerritje Jansen van Soest, geb. Zeist ca. 1700, overl. na 13-02-1745,

Op 20 december 1721 erfgename van haar tante Gerrigje Claessen van

                              Vulpen.

tr. Bunnik 01-01-1722 met Dirk/Theodorus Cornelise van Broekhuijsen, geb. Darthuizen-Wijk bij Duurstede (RK) 20-04-1700, overl. tussen 26-08-1736 en 13-02-1741, zoon van Cornelis Jans van Broekhuijsen en Lijsbert Rutten van Lockhorst. Gerritje verhuurt 13 februari 1745 een huis bij de Odijkersteeg onder het gerecht van Stoetwegen.

  • Jan van Soest, geb. Doorn-Wijk bij Duurstede (RK) 11-07-1709, overleden

4e generatie.

Hendrik Jansz van Soest, in 1720wonende onder Stoetwegen bij  Zeist, na huwelijk landbouwer aan de oostbroekendijk, geb. Zeist ca. 1695, overl. De Bilt 01-09-1732, tr. Utrecht(RK) 18-08-1720 met Maria Gijsbertsen de Rooij, dr. van Gijsbert Eersten de Rooij en Neeltje Bastiaans van de Breesteeg, geb. De Bilt (RK) 16-04-1697, weduwe van Jan Janse van Dijk, weduwnaar van Annigje Willems van Rijnoever.

Uit haar huwelijk met Jan Janse van Dijk:

  1. Willemina/Willemijntje Jansen van Dijck, ged. Utrecht 09-09-1718, tr. voor 08-09-1748 haar “stiefneef” Goossen van Scherpenzeel, zoon van Hendrik Goosensz van Scherpenzeel en Aartje Teunissen van Broekbergen

Uit het huwelijk van Hendrik en Maria:

  • Anna /Annigje Hendriksen van Soest, ged. Utrecht (RK)/Buiten Wittevrouwen19-05-1721, tr. voor 08-09-1748 met Willem van Leusden
  • Gijsbertus Hendriksz van Soest, ged. Utrecht 02-02-1723, overleden
  • Cornelia Hendriksen van Soest, ged. Utrecht12-06-1725, leefde nog 29-08-1733, overl. voor 03-10-1748
  • Johanna Hendriksen van Soest, ged. Utrecht 26-12-1726, overl. voor 17-10-1728
  • Johanna Hendriksen van Soest, ged. Utrecht 17-10-1728, overl. 29-08-1733
  • Johannes/Jan Hendriksz van Soest, ged. Utrecht 05-10-1730, volgt 5e generatie

5e generatie.

Jan Hendriksz van Soest, ged. Utrecht 05-10-1730, hovenier onder blauwkapel, begr. Blauwkapel 28-051799, tr. (1) Utrecht (RK) (Buiten Wittevrouwen) op 03-05-1757 met Grietje van  Oosterdorp, dr. van Gerrit Harmensz van Oostendorp en Huybertje Gerritsen van den Bunt,  tr. (2) Utrecht (RK) 21-06-1769 met Elisabeth/ Lijsje, van Oisterwijk, dr. van Frederik Ariensz van Oisterwijk en Antonia Willems van Oostveen, geb. (vlg. overlijdensakte) aan de Blauwkapel, ged. Utrecht (RK) 23-09-1741, overl. Blauwkapel 01-10-1811, begr. aldaar 06-10-1811.

Jan van Soest en Grietje van Oostendorp huren 14 februari 1757 als toekomstige echtlieden een hofstede in een boerenhuysinge met schuur, duithuis, bouw- of bakhuis met karnhuis, molen met boomgaarden en gewas met 28 morgen land aan de  Oudewetering onder het gerecht van Oostveen

Uit 1e huwelijk:

  1.  Hendrik van Soest, ged. Utrecht (RK) 16-01-1758, op 3 juni 1783 nog in leven
  2. Gerardus/Gerrit van Soest, ged. Utrecht (RK) 02-04-1759, overleden
  3. Willem van Soest, ged. RK Utrecht12-01-1761, overl. voor 3 juni 1769
  4. Maria van Soest, ged. RK Utrecht 17-07-1762, overl. voor 3 juni 1769

Uit 2e huwelijk:

  • Geertruy van Soest, ged. Utrecht 13-03-1770, overl. Utrecht 17-04-1846, tr. Utrecht 03-05-1815 met Bernardus Smits, timmerman, weduwnaar van Bernardine Mensing, geb. Utrecht ca. 1778 zoon van Henricus Smits en Diliana van der Maet, overl. Utrecht 23-12-1858
  • Fredericus van Soest, ged. Utrecht (RK) 21-12-1771, volgt 6e generatie
  • Joannes Michael/Jan van Soest, geb. onder Oostveen, ged. Utrecht (RK) 29-09-1773, overleden
  • Wilhelmus van Soest, geb. Maartensdijk, ged. Utrecht 02-07-1775, slager in de slachtsteeg te Utrecht samen met zijn broer Antonius van Soest overl. 25-05-1861, ongehuwd
  • Gijsbetus van Soest, geb. Blauwkapel, ged. Utrecht 22-04-1777, voerman en stalhouder te Utrecht achter het Vleeschhuis, overl.Utrecht 24-10-1829, ongehuwd
  • Anthonius van Soest, ged. Utrecht  31-01-1779, jong overleden
  • Anthonius van Soest, geb. Groenekan, ged. Utrecht 03-05-1780, was samen met zijn  broer Willem slager in de Slachtsteeg te Utrecht, overl. Utrecht 20-11-1846, ongehuwd
  • Maria van Soest, geb. aan de Blauwkapel, ged. Utrecht 18-03-1783, overl. Utrecht 12-11-1847, tr. Utrecht 15-04-1818 Henricus Meijland, zoon van Gerardus Meijland en Anna  Elisabeth Wolwesen, ged. Netterden (RK) 27-05-1778, broodbakker te Utrecht, weduwnaar van Henrica Ebbers, begr. Haarlem 22-09-1856
  • Dirk van Soest, ged. Utrecht (RK) 05-08-1786, overleden

6e generatie.

Fredericus van Soest, ged. Utrecht 21-12-1771, hovenier te Utrecht, Rijswijk en onder Leiden, overl. Zevenhoven (ZH) 16-08-1811, begr. Zevenhoven 20-08-1811, tr. Delft 30-10-1803  met Susanna Wiedo, dochter van Heinrich Wiedo, geboortig van Lemförde in het sticht Osnabrück) en Susanna Westerwoudt, ged. Leiden (RK) 09-05-1771, als weduwe, werkster en jarenlang huishoudster van de pastoor van Kortenhoef, overl. Utrecht 13-04-1858 om 2 uur.

               Delft, ondertr. Stadshuis en Nieuwe Kerk 15 oktober 1803, tr. stadshuis (pro deo) 30 oktober 1803: Frederik van Soest, JM, geb. te Utrecht en wonende aan de Haagweg onder Rijswijk en Susanna Wiedo, JD, geboren te Leiden en wonende alhier aan de Oude Delft.        

Uit dit huwelijk:

  1. Joannes Hendricus van Soest, ged.  Leiden (RK) 25-03-1805, tr. met ?, overleden
  2. Susanna Margarita van Soest, ged. Leiden (RK) 13-03-1806, overl. Utrecht 17-03-1890, ongehuwd
  3. Maria Elisabeth van Soest, ged. Leiden (RK) 23-04-1807, overl. Utrecht 12-12-1871, tr. Utrecht 05-05-1841 met Antonie  Oosterhout, tapper, zoon van Johann Heinrich Oosterhout en Johanna Maria Hulskamp, geb. Südlohn ca. 1801, overl. Utrecht 24-04-1862
  4. Henricus Wilhelmus van Soest, ged. Leiden 08-02-1809, volgt 7e generatie
  5. Fredericus Antonius van Soest, geb. Leiden 02-02-1812, overl. Leiden 18-02-1812

               7e generatie.

Henricus Wilhelmus van Soest, ged. Leiden 08-02-1809, woonde in 1828 in Baarn; vrijgesteld van militaire dienst wegens broederdienst.

Hij was als halfwees, zijn vader was vroeg overleden, door zijn moeder in de kost

gedaan bij zijn twee ongehuwde ooms Wilhelmus en Anthonius van Soest in Utrecht bij wie hij het slagersvak leerde. Hij was oprichter en lid van de Firma H. W. van Soest en Zonen Slagers aan het Predikherenkerkhof te Utrecht,

overl. Utrecht 18-12-1893, tr. Utrecht 24-10-1832 met Dorothea Wilhelmina Meijland, ged. Utrecht (RK) 10-01-1811, dochter van Henricus Meijland, afkomstig uit Netterden en broodbakker in Utrecht en Henrica Ebbers, overl. Utrecht 04-05-1875 om 13.00 uur in het huis aan de Predikherenstraat H 141.

Uit dit huwelijk:

  1. Susanna Margaretha van Soest, geb. Utrecht 23-08-1833 om 02.00 uur, overl. Utrecht 12-01-1918, tr. Utrecht 09-04-1856 met Bernardus Martinus Rijnhout, timmerman, zoon van Johannes Rijnhout, broodbakker en Cornelia Kockenberg, geb. Utrecht 30-01-1825, overl. Utrecht 28-03-1871
  2. Hendrica Cornelia van Soest, geb. Utrecht 29-07-1835, overl. Utrecht 14-12-1836
  3. Levenloze zoon, geb. Utrecht 17-06-1838
  4. Geertruida  Hendrica van Soest, geb. Utrecht 12-06-1839, overl. Culemborg 27-02-1904, tr. Utrecht 12-11-1862 met Gerardus Hendricus Wiesman, zoon van Joannes Theodorus Wiesman, timmerman en Margaretha Kerkhoff, geb. Utrecht 24-11-1838, slager

               Dit huwelijk zou later door echtscheiding zijn ontbonden, maar de huwelijksakte heeft geen aantekening dienaangaande in de marge; het betreft dus waarschijnlijk alleen een scheiding van tafel en bed.

  • Maria Elisabeth van Soest, geb. Utrecht 04-05-1841, overl. Utrecht 19-12-1847
  • Johanna Hendrika van Soest, geb. Utrecht 18-04-1843, overl. Culemborg 16-02-1899, tr. Utrecht 11-02-1886 met Johannes Hendricus Peek (1886), bakker te Culemborg,  weduwnaar van Geertruida Adriana  Vermeulen en van Anna Maria Vervoert, zoon van Albert Peek en Arnolda van Swam, geb. Vianen 26-02-1831, overl. Culemborg 25-02-1905
  • Frederikus  Josephus van Soest, geb. Utrecht 13-04-1846, volgt 8e genertatie
  • Anthonius Hendrikus van Soest, geb. Utrecht 02-09-1848, overl. Utrecht 20-11-1848
  • Hendrikus Theodorus van Soest, geb. Utrecht 28-06-1850, vocht als Zouaaf ter verdediging van de Pauselijke Staat, later werkzaam ter  koopvaardij, overl. op het eiland Formosa in 1887, ongehuwd
  • Theodorus Hendricus van Soest, geb. Utrecht 09-10-1852, overl. Utrecht 26-11-1852

               8e generatie.

Fredericus Josephus van Soest, geb. Utrecht 13-04-1846, overl. Utrecht 07-11-1912, oud 66 jaar, tr. oud 33 jaar, te Utrecht op 05-06-1879 met Adriana Uijtewaal, oud 32 jaar, geb. Utrecht 23-11-1846, dochter van Antonie Uijtewaal, winkelier in manufacturen en Jannigje van Dijk, overl. Utrecht 04-03-1918, oud 71 jaar.

               Frederik lootte in 1866 in voor de militaire dienst maar kocht zich vrij van de dienstplicht door het kopen en zenden van een remplaçant.

               Diende 1868-1870 als Zouaaf in het pauselijke leger, onderscheiden met de pauselijke medaille “Bene Merenti”, lid oud-zouaven vereniging “Fidei et Virtuti” te Utrecht, vice voorzitter Algemene Nederlandsche Zouavenbond, ridder in de Orde van Sint Sylvester

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrikus Wilhelmus van Soest, geb. Utrecht 22-04-1883, volgt 9e generatie
  2. Antonius Johannes van Soest, geb. Utrecht 03-02-1885, overl. Utrecht 16-02-1886
  3. Johanna Theodora (Han) van Soest, geb. Utrecht 12-02-1888, overl. Eindhoven (ziekenhuis) 08-07-1969, tr. te Nuenen op 03-06-1919 met Josephus Frederikus Ferdinandus Raessens, geb. Nuenen 08-03-1891, om 11 uur, overl. Eindhoven (ziekenhuis) 17-07-1971.

               Hij was houtwarenfabrikant te Nuenen, directeur N.V. Raessens houthandel.

Liet in 1919 een villa bouwen door de plaatselijke aannemer. De villa werd “Huize Erica” genoemd, een naam afgeleid van de Drentse plaats Erica waar de broer van zijn vrouw Han pastoor was. 

        9e generatie.

Hendrikus Wilhelmus van Soest, pastoor, geb. Utrecht 22-04-1883, overl. Apeldoorn op het station 12mei 1948, oud  65 jaar, begr. Vreeswijk.

Op 7 oktober 1895 ging hij naar het Dominicaner Seminarie te Culemborg, priester gewijd. Van 31 januari 1908 tot september 1908 kapelaan te Zeddam, daarna kapelaan te Avereest, Kampen, Montfoort en Oldenzaal. In 1921 pastoor te Erica.

Na ruim 9 jaar werd op 17 oktober 1930 pastoor van Soest benoemd  tot pastoor van Vreeswijk.

Onder zijn pastoraat te Erica werd in 1924 aan de Kerklaan de RK Sint Gerardusschool  met onderwijzerswoning gebouwd, onder architectuur van de architecten Kliphuis en Zn te Emmen.

In een van de lokalen van de school werd in 1928 begonnen met een RK “bewaarschool”, voorloper van de  kleuterschool. Maar door de invoering van het zevende leerjaar waren alle lokalen nodig voor de lagere schoolkinderen. Daarom werd in 1928  een bewaarschool gebouwd.

In de winter van 1922-1923 werd achter in het “pastoorsbos” een kerkhof aangelegd en werd het bos opgeknapt. De lanen in het bos werden ontdaan van de zware dennen en vervangen door eiken.

.