
Als je het via Google aan AI (kunstmatige intelligentie) iets vraagt over de Kommerhoek, dan krijg je als antwoord: “De Kommerhoek is een buurtschap bij Erica in Drenthe, bekend van historische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, zoals een incident met een granaat bij NSB’ers”.
Tja… en als we het door de Historische Kring Erica uitgegeven boek “Ericase Toponiemen” erop na slaan, dan kunnen we ook nog lezen wat de evangelist Wilhelm Jonker over, de toen nog “streek”, schreef. Jonker was namelijk, namens de Vrije Zendingsgemeente in de periode 1885 tot 1891 actief op Erica. Omdat het er zo onherbergzaam was vergeleek hij, in zijn boek “Het Morgenrood in de Drentsche Venen” de streek met Siberië.
Bij die gedachten is de stap naar Kommerhoek snel gezet en niet groot. We hoeven maar te denken aan de uitdrukking Kommer en Kwel, een uitdrukking die staat voor zaken als ontbering, rampspoed, tegenslag, rottigheid en verschrikking. Zaken waaraan de evangelist Jonker zeker ook gedacht heeft toen hij over Siberië sprak en niet wist waarom de buurtschap zo genoemd werd. Maar waarom vragen we het niet aan iemand die, daar op die uitloper van de Hondsrug (17,5 meter boven NAP) zijn hele leven woonde.

En dan komen we uit bij Jan Abelen sr, die ook het voorwoord schreef op de inmiddels niet meer actieve website van de “Buurtvereniging De Kommerhoek”.
Jan schrijft rond de Kommerhoek was een veengebied (redactie: Bargeroosterveen) waar veel turf is gestoken. Dat gebeurde zowel door de Kommerhoekers als door mensen uit Erica en uit het Amsterdamsche Veld (de Peel).
De kommerhoek bestond uit zes wegen. Vanaf de Pannekoekendijk: de Noordersloot, de Benteweg en de Hertenbaan. Vanaf de Ensingwijk, de Strengdijk, de Kommerweg en de Kommerdijk.
Deze wegen waren vroeger zandwegen, dus tijdens natte periodes waren er vaak veel moddergaten in deze wegen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd er door de bewoners langs de Strengdijk en de Noordersloot een fietspad van sintels (redactie: verbrandingsresten van steenkool die in de wegenbouw gebruikt werden). In deze periode waar er ook nog “tussen-door-paadjes”. Deze paadjes liepen bij mensen over privégrond en langs woningen. Ze werden door buurtbewoners gebruikt om snel van de ene buur naar de andere te komen. Deze paadjes zijn, net als de Benteweg, allemaal verdwenen. De Benteweg was een verbindingsweg tussen de Pannekoekendijk en de Hertenbaan (redactie: weg liep parallel aan de Noordersloot, zie ook “Ericase Toponiemen”).
Het veengebied, waar de turf werd gewonnen, was ingesloten door de Ensingwijk, de Schutwijk, het Dommerskanaal en de Pannekoekendijk. Het gedeelte tussen de Noordersloot en het Dommerskanaal noemde men het Amsterdamsche Veld, genoemd naar Amsterdamse zakenlieden die het bezit hadden van dit gebied. Rond 1900 verkochten zij het gebied aan de Brabantse Griendtsveen Maatschappij.
Vroeger (1940) stonden er ongeveer 65 woningen in de Kommerhoek en woonden er even zoveel gezinnen. De meeste woningen stonden daar waar het veen al was afgegraven, terwijl de woningen die “op het veen” stonden zijn meest alweer verdwenen. Momenteel staan er nog zo’n 45 huizen in de Kommerhoek.

In de oorlogsjaren (1940 – 1945) zaten er ook wel mensen ondergedoken in het veen in de Kommerhoek. Die onderduikers verscholen zich voor de Duitsers. Een onderduikershol was gemaakt door een gat in het veen te graven om dat daarna weer af te dekken met heideplaggen. Het eten voor de onderduikers werd ’s nachts gebracht door kennissen uit de omgeving en dat moest dan wel in het diepste geheim gebeuren.
De onderduikers waren veelal jonge mannen uit de omgeving die niet wilden werken voor de bezetter.
De Kommerweg en haar omgeving waren vroeger beter bekend als het “Bruunse Bos”. Aan deze weg woonden vroeger verschillende families Bruins. Onder ander “Winkel” Jan Bruins en “Papieren” Jan Berend Bruins.
Verder woonden er de families Hemel en Hassing.


Hiernaast een foto van de familie Jan Hemel en Griet Bruins, Kommerweg 13 uit 1941-1942
In de Kommerhoek hadden veel mensen een bijnaam, naast namen als Winkel en Papieren Bruins woonde daar ook “Krulle Bette”. Dat was Bette Bruins-Heijnen. Zij dankte haar bijnaam aan haar lange blonde pijpenkrullen.
Andere prominente bewoners van de Kommerboek in die tijd waren: Familie Vos-Westerveen, Jan Peters, Jan van Wijk, Anne Kuhl, Joop Heijnen, Garriet Kaspers, Jan Berend en Liese Sommer, Jan Tapper (de bolsterkoning) en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Wel willen we nog wel even Feme Lankhorst en Leentien Zwake noemen. Zij woonden in een zogenaamde veenkeet aan de Strengdijk,

Op de Foto: Feme en Leentien in hun huisje aan de Strengdijk.
Feme staat aan de tafel en Leentien leest de krant.
(redactie: het is zeer waarschijnlijk dat op de foto Leentien de door de fotograaf van de Emmer Courant meegebrachte krant leest).
Hun woninkje was gezellig ingericht maar ze hadden het niet breed. Regelmatig kwam de “armvader” om te zien hoe het met de dames ging en of ze hulp nodig hadden. Ook vanuit de kerk kregen ze bijstand. Toen Feme in 1959 overleed ging Leentien naar de zusters in Weiteveen waar ze, een jaar na Feme, is overleden.
De meeste bewoners hadden bij hun huis een stukje land waar aardappelen en koren werd verbouwd. Het koren werd na het maaien in de kapschuur van Roelf Schulte aan de Noordersloot opgeslagen. Daar kwam dan in de winter de dorsmachine. Na het dorsen kon iedereen zijn eigen stro en graan ophalen. Het malen van het graan gebeurde met de molen van Veldkamp bij de brug op Erica. Draaide de molen dan ging men “met de pongel naoar de meule.”
Elkaar helpen, ook als er niet om gevraagd werd, was de gewoonste gang van zaken. (“Noaberhulp” noemen we dat.)

Zwemplaatsen waren er toen natuurlijk ook al. Een mooie zwemplek was aan de Kommerdijk tussen Ouwe Geert van Dijk en Zwarte Geert van Dijk. Een andere zwemplek was er bij “het vondertje” (een loopbrug) op de hoek van de Hertenbaan met de Kommerdijk, vlakbij de woning van Egbert de Leeuw.
Als het in de wintermaanden goed had gevroren was er natuurlijk ook gelegenheid om op de Hertenbaan te schaatsen. Ook het klassieke Drentse “blokgooien” werd dan hier gedaan.
Aangezien er geen school was in de Kommerhoek gingen de kinderen naar school op Erica.
De katholieke kinderen naar de St Gerardusschool aan de Kerklaan, de hervormden en de kinderen van “niet gelovigen” naar de Openbare school van Meester van Heesewijk die aan de Verl. Hoogeveensche Vaart in “de bocht bij Lohues” richting Klazienaveen stond en die nu verbouwd is tot een riant woonhuis annex werkruimte.
De gereformeerde kinderen gingen naar “De school met den Bijbel” ook aan de vaart maar dan richting Nieuw Amsterdam, waar nu de Willem Alexander school staat. Ook gingen er kinderen naar de lagere school in “De Peel”.

De “zondagsschool” was de enige school die we in de Kommerhoek hadden. Deze “zondagsschool” werd gehouden voor de schoolgaande protestantse kinderen in de Kommerhoek. Het schoolgebouwtje heeft jarenlang gestaan op de hoek van de Noordersloot en de Strengdijk. Tegenover de zondagsschool woonde Wessel Schulte.
De leiding van de zondagsschool was in handen van de vervener Johannes Veldkamp. Op enig moment moest het houten zondagsschool gebouwtje verplaatst worden naar het perceel van Jan Bakker, ook aan de Noordersloot maar verder “naar voren”, richting Pannekoekendijk. Later kwam hier de Familie Temmen te wonen en toen de zondagsschool ophield te bestaan werd het gebouwtje door de Familie Temmen als schapenhok gebruikt.
Elektriciteit, stromend water en telefoon kenden we vóór 1950 nog niet in de Kommerhoek. Voor water was men aangewezen op de eigen waterput en de petroleumlamp moest voor het licht zorgen. Een WC met waterspoeling kende men dus ook helemaal nog niet. In die tijd had men een “plee” of een “huussie met een ton” erin.

De inhoud van deze ton werd vaak geleegd over de groentetuin. Dat legen noemde men “de beer slachten”. (redactie: en met name ze rabarber zou er extra goed van groeien en beter van smaken).
Ook douchen was dus niet mogelijk, het bleef bij één keer wassen per week en dat ging dan in de “tobbe” (= waskuip). De kinderen gingen achter elkaar in de tobbe met hetzelfde water. Zo af en toe werd er een fluitketeltje warm water toegevoegd want telkens opnieuw warm water was te kostbaar en te tijdrovend.

Begin jaren 50 van de vorige eeuw heeft de NAM een proefboring naar olie en gas uitgevoerd aan de Noordersloot. Dit is gebeurd op het perceel waar nu nog steeds een sparrenbos staat. De bewoners van de Kommerhoek waren zeer blij met deze proefboring want daarvoor werd het eerste stuk, vanaf de Pannekoekendijk, met puin verhard. Dat was al een hele verbetering ten opzichte van de de modderweg die de Noordersloot bij tijd en wijle was.
De proefboringen hebben alles bij elkaar een jaar geduurd en geen olie of gasvondsten opgeleverd.
Jammer, want anders was de Noordersloot wel al in de jaren 50 geasfalterd. Nu bleef het nog vele jaren een weg verhard met puin waar zo af en toe weer een kuil werd gevuld.

Na 1950 kwamen er langzaam toch verbeteringen. Er werd elektriciteit en waterleiding aangelegd. Ook kwam er telefoon. Langs de Noordersloot stond een lange rij palen die zorgden voor de bovengrondse telefoonlijn. In het begin waren dat Hendrik Bols (direct voorbij de Strengdijk in het driehoekje links van de Noordersloot) en de Families Abelen en Gengler ook daar op die hoek waar Strengdijk en Noordersloot bij elkaar komen.
Natuurlijk waren er meerdere gezinnen in de Kommerhoek die, voor 10 cent per gesprek, gebruik maakten van deze deze paar telefoons.
Nadeel van had bezit van de telefoon waren er ook, want er kwamen ook berichten binnen die bestemd waren voor mensen in de buurt. En dat gebeurde veelvuldig.
Bij nacht en ontij moesten de kinderen van de enkele gezinnen die dus telefoon hadden de buurt in om de berichten door te geven, Dit ging door tot eind jaren ’60 begin ’70 toen de meeste gezinnen hun eigen telefoonaansluiting kregen.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw werden door het Waterschap zowel de Noordersloot als de Strengdijk verhard met betonnen straatklinkers.
Dit was een hele verbetering en de Noordersloot werd toen zelf doorgetrokken en verhard tot aan de Dordsedijk.
Vanaf dat moment kon men rechtstreeks van de Kommerhoek naar Weiteveen. Het duurde nog vele jaren voordat de klinkers werden vervangen door asfalt. Tegenwoordig zijn alle wegen in de Kommerhoek keurig verhard.
Vroeger kenden de Kommerhoekers elkaar allemaal bij naam en bijnaam. En de woningen bleven generaties lang in het bezit van dezelfde familie. Maar tijden vernaderen en woningen worden verkocht een ook gekocht door niet-kommerhoekers.
Ook mensen van buiten Erica en ook buiten onze provincie ontdekken dat het plezierig wonen is in de Kommerhoek.
En toen Jan sr dit schreef kon hij ook zeggen: “wellicht kan er binnen enkele jaren nog een hoofdstuk worden toegevoegd aan de Kommerhoek. En zijn immers vergevorderde plannen voorde aanleg van een groot wildpark aan de Noordersloot.
Redactie: Na veel gepraat gingen de plannen voor dit wildpark toch niet door. Inmiddels zijn er wel plannen voor de aanleg van een groot recreatiepark tussen de Noordersloot en – wat vroeger de Middensloot heette – tegenwoordig de Amsterdamscheveldlaan.
Dus Jan Abelen sr had weldegelijk een vooruitziende blik toe hij als slotwoord schreef: De Kommerhoek is duidelijk nog in ontwikkeling ….
Redactie:
Dit artikel is indertijd en grotendeels geschreven door Jan Abelen sr. en geplaatst op de inmiddels niet meer actieve website van de “Buurtvereniging De Kommerhoek”.
De redactie van de HKE website voegde de plaatjes en hier en daar een commentaar toe aan het verhaal van Jan Abelen sr.
Johannes Abelen (roepnaam Jan) is geboren op 23 februari 1937 te Groningen. Jan is overleden op Erica op 25 mei 2013. Jan was toen 76 jaar en getrouwd met Maria Wessel geboren te Coevorden op 10 september 1936 en overleden op Erica op 24 maart 2024, oud 87 jaar.
Jan was een zoon van Johannes Abelen en van Gesina Alida Wijnands, beide overleden op Erica en zijn begraven op de rk begraafplaats op Erica. Zij hadden net als Jan sr een boerderij in de Kommerhoek.